Akkerkool
| Akkerkool | ||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||||||
| Lapsana communis L. (1753) | ||||||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||||||
| Akkerkool op | ||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||
Akkerkool (Lapsana communis) is een plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). Er vormen zich kleine bloemhoofdjes op een vertakte stengel die tot 90 cm hoog kan worden. Akkerkool groeit op zowel bebouwde als onbebouwde grond, bijvoorbeeld langs wegen, dijken, in bossen en tegen muren.
Kenmerken
De bloem bestaat uit uitsluitend lintbloemen, die geel zijn. Het hoofdje heeft een doorsnede van 1,5–2 cm. Er bevinden zich smalle omwindselblaadjes om de bloem, die lijnvormig en stomp zijn.
De bloemen zijn langgesteeld. Er vormt zich een losse pluim van hoofdjes. De bloeiperiode loopt van juni tot augustus/september.
De stengels zijn tamelijk lichtgroen, vaak verspreid borstelharig maar bovenin kaal. De onderste bladeren zijn in omtrek langwerpig, aan de voet tot een steel versmald en verder liervormig veerdelig met een grote eindslip. Hoger aan de stengel zijn de bladeren ongedeeld en driehoekig- tot lancetvormig-eirond, getand en naar de voet versmald. De bovenste bladeren zijn lancetvormig.
De vrucht van de akkerkool is een nootje met ribben en zonder pappus.
Gebruik
De bladeren van akkerkool kunnen verwerkt worden in salades, en werken licht laxerend.
Externe links
- Akkerkool (Lapsana communis) op SoortenBank.nl (gearchiveerd) (gebaseerd op de Heukels23, dit is de voorlaatste uitgave)
- Akkerkool (Lapsana communis) in: van Uildriks, F. & V. Bruinsma (1898) - Plantenschat; op de
(Nederlandstalige) Wikisource. - Akkerkool (Lapsana communis), verspreiding in Nederland, volgens de atlas van Floron.




