ʿAin Mallaha

ʿAin Mallaha
Eynan
Skeletten gevonden in ʿAin Mallaha
Skeletten gevonden in ʿAin Mallaha
ʿAin Mallaha (Israël)
ʿAin Mallaha
Situering
Land Vlag van Israël Israël
Locatie District Noord
Coördinaten 33° 5 NB, 35° 35 OL
Informatie
Datering 14.326-12.180 BP
Periode Epipaleolithicum
Vondstjaar 1954
Schematische menselijke figuur gemaakt van kiezelstenen uit ʿAin Mallaha, Vroeg-Natufisch, 12.000 v.Chr.
Schematische menselijke figuur gemaakt van kiezelstenen uit ʿAin Mallaha, Vroeg-Natufisch, 12.000 v.Chr.
Portaal  Portaalicoon   Archeologie

ʿAin Mallaha (Arabisch: عين ملاحة) of Eynan (Ivriet: עינן) was een epipaleolithische nederzetting behorend tot de Natufische cultuur, bewoond rond 14.326-12.180 cal. BP. De nederzetting is een voorbeeld van sedentair jager-verzamelaarsleven, een cruciale stap in de overgang van foerageren naar het ontstaan van de landbouw.

ʿAin Mallaha leverde een van de vroegst bekende archeologische bewijzen van domesticatie van honden.

Nederzetting

De site ligt in de Hula-vallei in het noorden van Israël, 25 km ten noorden van het Meer van Galilea, in een gebied omringd door heuvels en aan een paleo-meer, het Hulehmeer. Ten tijde van de Natufische bewoning was het gebied dicht bebost met eiken-, amandel- en pistachebomen.

Bewijs van bewoning in ʿAin Mallaha dateert uit het epipaleolithicum, rond 10.000 v.Chr. Het was daarmee de eerste bekende permanente nederzetting uit de pre-agrarische tijd in Israël. Kathleen Kenyon beschreef de materiële overblijfselen die daar zijn gevonden als Natufisch. Het Natufische dorp werd van 12.000 tot 9600 v.Chr. in drie fasen gekoloniseerd. De eerste twee fasen omvatten omvangrijke stenen structuren, de derde fase kleinere. De woningen waren in de aarde uitgegraven, hadden ondergrondse vloeren en muren die waren gebouwd van stapelsteen. Houten palen ondersteunden de daken, die waarschijnlijk bedekt waren met rijshout of dierenhuiden. In de woningen bevonden zich haarden. Kenyon beschreef het Natufische dorp als bestaande uit 50 ronde, half ondergrondse hutten van één kamer, geplaveid met steenplaten en omgeven door stenen muren tot 1,2 meter hoog. De vloeren en muren van de huizen waren effen wit of rood beschilderd, een eenvoudige en populaire decoratie in Zuidwest-Azië in die tijd.

Dieet

De inwoners van ʿAin Mallaha waren sedentaire jagers-verzamelaars. Het is waarschijnlijk dat ze het hele jaar door in ʿAin Mallaha woonden, voedsel verzamelden uit de omliggende wilde standen van eetbare vegetatie, en op lokaal wild jaagden. De inwoners gebruikten handvijzels om wilde noten en graan te malen, en stenen sikkels om planten uit wilde standen te snijden. Veel van deze sikkelstenen bevatten "sikkelglans", wat aangeeft dat ze waren gebruikt om grote aantallen plantenstengels te snijden, hoogstwaarschijnlijk van wilde tarwe en gerst. Het is bekend dat de inwoners gazellen, damherten, wilde zwijnen, edelherten en reeën, hazen, schildpadden, reptielen en vissen aten.

De bewoners lijken te hebben geleefd van vis uit het nabijgelegen Hulameer, en van jagen en verzamelen. Er is geen bewijs gevonden van domesticatie of teelt van dieren, met de opvallende uitzondering van honden.

Begrafenisgebruiken

Het is waarschijnlijk dat hele families begraven werden in de resten van hun eigen huizen, die vervolgens werden verlaten. Tijdens de opgravingen vond Perrot in één woning de graven van elf mannen, vrouwen en kinderen, van wie velen uitgebreide sieraden droegen, gemaakt van Dentalium-schelpen. In een andere woning werden 12 personen gevonden, van wie er één begraven lag met haar hand rustend op het lichaam van een kleine puppy. Deze begrafenis van een mens met een gedomesticeerde hond vertegenwoordigt het vroegst bekende archeologische bewijs van domesticatie van honden. Een van de begrafenissen van een vrouw had ongeordende lichaamsdelen en gazellenhoornkernen vlakbij het hoofd geplaatst. David Wengrow gebruikte dit als bewijs voor de diepe geschiedenis van hybride mens-diermotieven die in oude overtuigingen, gebruiken en folklore worden aangetroffen.

Opgraving

ʿAin Mallaha werd in 1954 ontdekt en er werden noodopgravingen uitgevoerd onder toezicht van Jean Perrot, Monique Lechevalier en François Valla van het CNRS. Sinds 2022 wordt de site opgegraven door Fanny Bocquentin en Lior Weissbrod.

Zie de categorie Eynan van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.