Aimé Bogaerts

Aimé Bogaerts
Achtergrondinformatie
Geboortedatum 27 januari 1859Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats OostakkerBewerken op Wikidata
Overleden 16 maart 1915Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats GentBewerken op Wikidata
Beroep(en) journalistBewerken op Wikidata
Portaal  Portaalicoon   Media

Amatus (Aimé) Bogaerts (Oostakker, 27 januari 1859 - Gent, 16 maart 1915), ook bekend onder het pseudoniem Johan, was een Belgisch redacteur, syndicalist, leraar en auteur van vrijzinnig-socialistische toneelstukken, gedichten en liederen voor kinderen en volwassenen.[1] Hij was een van de belangrijkste socialistische onderwijzers voor de Eerste Wereldoorlog en stichter van de Belgische Socialistische Onderwijzersbond.[2]

Leven en werk

Aimé Bogaerts werd geboren in Oostakker en woonde in Gent op veel verschillende plaatsen: Sint-Pietersplein (in een stadsschool waar zijn vader hoofdonderwijzer was), Universiteitsstraat, Sint-Jansstraat, Korte Meer, Godshuizenlaan, Antwerpsesteenweg, Weidestraat, Zondernaamstraat, Gentstraat, Abeelstraat, Bijlokevest, Meersstraat, en tenslotte Smidsestraat.

In 1878 studeerde hij af aan de Gentse Normaalschool. Op het hoogtepunt van de schoolstrijd begon hij zijn loopbaan in het stedelijk onderwijs.

In 1901 werd hij "hoofdopsteller” van het dagblad Vooruit waarvoor hij ook schreef onder het pseudoniem Johan. Hij volgde in 1901 Ferdinand Hardijns op als hoofdredacteur van de Vooruit, een functie die hij uitoefende tot aan zijn dood in 1915.[3]

Literatuur en cultuur voor arbeiderskinderen

Ondanks zijn drukke verhuisagenda nam hij talrijke initiatieven ter verbetering van het onderwijs, vooral ten behoeve van de arbeiderskinderen. Daarmee wilde hij “de reine vreugde van de kunst in het algemeen en van het toneel en de letterkunde in het bijzonder” bevorderen. Met dit doel stichtte hij tijdschriften en verenigingen (o.m. in 1898 De Volkskinderen), en organiseerde hij kindervakanties. In het socialistisch lokaal in de Bagattenstraat bracht hij arbeiderskinderen bijeen om samen te zingen, te dansen, voor te dragen, te turnen en aan pantomime te doen. Tevens was hij de drijvende kracht van een educatief project met een reizende kolonie Gentse volkskinderen (1898 - 1915).[4]

Hij hechtte veel belang aan goede lectuur voor kinderen. Samen met de toen invloedrijke Nederlandse Nelly van Kol stichtte hij in 1896 het weekblad Ons Blaadje. Bij gebrek aan degelijke Vlaamse jeugdboeken schreef hij zelf talrijke teksten. Zo onder meer het toneel- en zangspel Eene vrouw uit Mahrapoera (1898) dat een groot succes werd, niet het minst omdat het de eerste voorstelling was in Gent die doorging bij elektrisch licht. De beperking van zijn eigen literair kunnen beseffend, verwees hij naar “de wonderschoone werken” voor volwassenen van o.m. Ibsen, Hauptmann, Heyermans en Mirbeau, terwijl “de kleinen worden vergeten”. Hij hoopte dat anderen, meer begaafd dan hijzelf, voor even hoogstaande jeugdliteratuur zouden zorgen. Naast dit alles ijverde hij mee voor de vervlaamsing van de Gentse universiteit. Na zijn dood werden zijn verzamelde teksten uitgegeven als Volledige werken (1925 door S.M. Het Licht te Gent).

Voorganger:
Ferdinand Hardijns
Hoofdredacteur van de Vooruit
1901 - 1915
Opvolger:
Ferdinand Hardijns