Adriaan Geerts Wildervanck
_van_Bert_Kiewiet.jpg)
Adriaan Geerts Wildervanck (Groningen, 1605 - 24 november 1661) was een Nederlands koopman, vervener en ondernemer. Hij geldt als de stichter van de veenkoloniale dorpen Wildervank en Veendam.
Leven en werk
Adriaan Geerts werd geboren in de Oude Ebbingestraat te Groningen als zoon van smid Geert Adriaans en Fennechien Geerts. In 1630 trouwde hij met Grietien Jansen, ook wel Margaretha Jans Hardenberg genoemd.[1] Haar familie behoorde tot de vermogende handelselite van Groningen.
Geerts was actief als schrijver en solliciteur en trad op als zaakwaarnemer van verschillende handelshuizen. In 1635 werd hij aangesteld als betaalmeester en inkoper voor enkele legeronderdelen, wat hem een belangrijke positie gaf binnen de militaire bevoorrading tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Daarnaast was hij pachter van het raad- en wijnhuis van de stad Groningen. Hij handelde in onder meer sterke drank, laken, pelswerken en ivoor, deels via handelsnetwerken van de West-Indische Compagnie. Door deze activiteiten vergaarde hij een aanzienlijk vermogen.
Adriaan Geerts Wildervanck overleed op 24 november 1661 op circa 56-jarige leeftijd. Hij werd op 5 december 1661 begraven in een eigen grafkelder in de Margaretha Hardenbergkerk te Wildervank. Zijn echtgenote Margaretha Hardenberg overleed kort daarna.[2]
De Ovelgunne

In 1643 raakte Wildervanck betrokken bij een juridisch conflict rond het fluitschip De Ovelgunne, dat bij Rottumeroog schipbreuk had geleden tijdens een reis van Engeland naar Hamburg met een lading Engels laken. De stranding en de daaropvolgende berging van de lading leidden tot een geschil over de eigendomsrechten, waarbij uiteindelijk zowel Engelse autoriteiten als de Staten-Generaal betrokken raakten.
Wildervanck trad in deze zaak op als vertegenwoordiger van de Engelse eigenaren van schip en lading. Een deel van het geborgen laken werd onder zijn beheer opgeslagen in de stad Groningen. Hij stelde dat de goederen niet als strandvondst konden worden aangemerkt en derhalve aan de rechthebbende eigenaren dienden te worden teruggegeven.
Tegenover hem stonden onder meer de pachter van Rottumeroog, Edso Fockens, en jonker Johan III Sickinghe, redger en heer van Warffum, onder wiens rechtsgebied het eiland viel. De zaak werd voorgelegd aan de Hoofdmannenkamer.[4] Tijdens de procedure ontstonden spanningen tussen het stadsbestuur van Groningen en het provinciebestuur van de Ommelanden. Om te voorkomen dat goederen zouden worden vervreemd zolang de rechtsgang liep, werden in 1644 militairen bij Wildervanck ingekwartierd.
In 1645 werd Wildervanck in hoger beroep in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de proceskosten en een boete. Hoewel hij de zaak tot 1657 bleef aanvechten, bleef de uitspraak in stand. De langdurige juridische procedures hadden aanzienlijke financiële gevolgen en vormden een keerpunt in zijn maatschappelijke en economische positie.
Vervening en stichting van Wildervank en Veendam
Na het verlies van het proces verhuisde Geerts naar Pekela, waar hij zich verdiepte in de vervening. In 1647 verkreeg hij een veengebied in erfpacht nabij Muntendam. Hij vestigde zich aan het Oosterdiep, waar hij het huis Sorghvliet liet bouwen.
Geerts ontwikkelde een eigen aanpak van de vervening. Hij trachtte invloed te verwerven in omliggende veencompagnieën, maakte bewoners tot pachters en verwierf inkomsten uit brug-, sluis- en tolgelden. Bij zijn verveningsactiviteiten wist Wildervanck de stad Groningen buiten zijn ondernemingen te houden, waardoor de bewoners gevrijwaard bleven van de zogenoemde twintigste penning, een overdrachtsbelasting aan de stad. Uit de veenkoloniën die hij ontwikkelde ontstonden de dorpen Wildervank en Veendam.
Kerkbouw en filantropie

Geerts financierde meerdere kerkelijke en maatschappelijke voorzieningen in zijn gebied. In Wildervank stichtte hij het Margaretha Hardenberghuis, bestemd voor wezen en ouderen. Daarnaast richtte hij fondsen op die ten doel hadden het algemene nut te dienen.
Op 24 september 1659 legde zijn zoon Gerhard Wildervanck de eerste steen van de kerk te Wildervank, die later de naam Margaretha Hardenbergkerk kreeg.
Eerbetoon en nalatenschap
Het A.G. Wildervanckkanaal is naar hem vernoemd. In 1890 werd hij als schildhouder opgenomen in het wapen van Wildervank.[5] In 1897 werd bij het 250-jarig bestaan van het dorp de eerste steen gelegd voor een monument ter ere van de stichter. Ter gelegenheid van het 350-jarig jubileum in 1997 werd een buste van hem vervaardigd door beeldhouwer Bert Kiewiet.
In 2008 werd Wildervanck opgenomen als een van de boegbeelden in de Canon van Groningen.
Varia
In het derde seizoen van Verre Verwanten was te zien dat Harm Edens een van de nazaten van A.G. Wildervanck is.
Externe link
- Tammo Tillema, Adriaan Geerts Wildervanck, een listig en vasthoudend man, De verhalen van Groningen. Geraadpleegd op 1 januari 2026.
Literatuur
- Het verhaal van Groningen: "Adriaan Geerts Wildervanck (vervener en stichter van Wildervank")
- De verhalen van Groningen: "Adriaan Geerts Wildervanck, een listig en vasthoudend man"
- Noten
- ↑ Alle Groningers: ondertrouw 25 mei 1630 Huwelijksinschrijving. Gearchiveerd op 13 februari 2018.
- ↑ Margaretha Hardenberg Cultuurcentrum: "Adriaan Geerts Wildervanck"
- ↑ Schroor, Meindert (2008) Heroriëntatie op de Unie en op Holland in: Geschiedenis van Groningen, deel II, blz. 191, Waanders Uitgevers, Zwolle, ISBN 978 90 400 8540 6
- ↑ Groninger Archieven, Resoluties van gedeputeerde staten (Toegangnr 1 inv.nr. 124), 1629 nov. 3 - 1635 jan 23, 14 feb 1634: Aangezien jonker Sickinga weigert de gestrande goederen af te geven en zijn eis handhaaft, is de advocaat-provinciaal gelast deze zaak te brengen voor de Hoofdmannenkamer
- ↑ Sierksma, Kl. (1968) De gemeentewapens van Nederland. Utrecht: Het Spectrum.