Ada Wildekamp
| Ada Wildekamp | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Algemeen | ||||
| Geboortedatum | ca. 1949 | |||
| Partij | PvdA | |||
| Functies | ||||
| 1986-1994 | Wethouder van de gemeente Amsterdam | |||
| ||||
Ada Wildekamp (Renkum ca. 1949) is een Nederlands voormalig politicus en bestuurder.
Wildekamp is de dochter van een Renkumse fabrieksarbeider en studeerde eerst Spaans en behaalde vervolgens cum laude haar doctoraal Literatuurwetenschappen en werd aan het Hervormd Lyceum West in Amsterdam lerares Spaans.
Politieke biografie
Wildekamp was een fel ijveraarster voor stadsvernieuwing en werd al gauw voorzitter van de afdeling Transvaal. Van 1982-1986 zat Wildekamp voor de Partij van de arbeid in de gemeenteraad van Amsterdam. In 1986 werd Wildekamp voor twee termijnen wethouder van onderwijs en onder meer volksgezondheid, welzijn, sociale vernieuwing en coördinatie van de vrouwenemancipatie waarbij Wildekamp een positief actiebeleid voerde gericht op de positie van vrouwen en daarnaast op die van minderheden. Bij sollicitaties kregen vrouwen bij gelijke geschiktheid voorkeur boven mannelijke sollicitanten.

Het Barlaeus Gymnasium was in 1990 landelijk in het nieuws vanwege een spraakmakende benoemingsprocedure. Wildekamp besloot dat in het kader van het gemeentelijk voorrangsbeleid een vrouw tot rectrix moest worden benoemd. Hoewel de school zich verzette tegen het besluit om alleen maar de sollicitaties van vrouwelijke kandidaten in behandeling te nemen, werd uiteindelijk voor Charlotte de Vries Lentsch gekozen. Haar wachtte een ijzige ontvangst, en na ruim één jaar van moeizame omgang met de leraren werd ze, na onderzoek van een commissie, overgeplaatst naar een management-functie op het stadhuis.
In 1990 pleitte Wildekamp voor het strafbaar stellen van niet alleen straatprostituees, maar ook van hun klanten en souteneurs, volgens Wildekamp waren het in feite deze mannen die de meeste overlast veroorzaakten.[1]
Op het terrein van sociale zaken wilde Wildekamp maatregelen nemen tegen de zogenoemde "witte fraude". Om dubbeltellingen te kunnen opsporen moest er 50 man extra personeel komen bij de sociale dienst en betaald worden met de gelden die werden teruggevorderd. Maar ook de ministeriele richtlijnen zouden moeten worden versoepeld en minder strak worden om een "lik op stuk" beleid te kunnen voeren. Wildekamp stuurde een brandbrief aan staatssecretaris Elske ter Veld van sociale zaken met het verzoek de ministeriele richtlijnen te versoepelen. In haar brief stelde Wildekamp voor van die regeling te willen afwijken.
In 1994 besloot Wildekamp zich niet meer beschikbaar te stellen voor een derde termijn als wethouder.
De meningen over de "IJzeren dame van Amsterdam"[2] waren na de Barlaeus-affaire, sterk verdeeld. Wat de een eigenzinnigheid noemde, omschreef de ander als moed. Maar ondanks het gezichtsverlies werden haar bestuurlijke capaciteiten door niemand in twijfel getrokken.
Na de gemeentepolitiek
Na de gemeentepolitiek was Wildekamp onder meer gedeputeerde van de provincie Noord-Holland en daarbij voorzitter van de Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol.[3]
- Bronnen
