Achmed Zakajev

Achmed Zakajev
Закаев Халидан воӀ Ахьмад
Achmed Zakajev
Algemene informatie
Geboortenaam Ахмед Халидович Закаев
Geboortedatum 26 april 1959Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Balpyk Bi
Werk
Beroep politicus, militair leiderBewerken op Wikidata
Functies premier
Studie
School/universiteit Voronezh State Institute of Arts
Militair
Rang brigadegeneraal, generaal-majoor
Legeronderdeel Chechen National Guard
Conflict Eerste Tsjetsjeense Oorlog, Tweede Tsjetsjeense Oorlog, Battle of Grozny, Q54084475
Religie
Religie islamBewerken op Wikidata
Persoonlijk
Talen Russisch, Tsjetsjeens
Diversen
Deelnemer aan Eerste slag om Grozny
De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata.
U kunt die informatie bewerken.

Achmed Chalidovitsj Zakajev (Russisch: Ахмед Халидович Закаев) (Kirovski, Kazachse SSR, 26 april 1959) is premier van de regering in ballingschap van de Tsjetsjeense republiek Itsjkerië. Hij was eerder in de periode 1997-1999 en 2006-2007 minister van Buitenlandse Zaken van de onafhankelijkheidsregering van Itsjkerië. Daarnaast was Zakajev van 1997 tot 2006 vice-premier van de republiek.

Achmed Zakajev staat bekend als een gematigd persoon uit het Tsjetsjeens verzet net zoals de president waaronder hij diende, Aslan Maschadov. Hij wordt door Rusland verdacht van terroristische activiteiten. Hiervoor heeft Rusland nooit bewijs kunnen leveren.

Biografie

Achmed Zakajev was van oorsprong een theateracteur. Hij was in de separatistische regering van de eerste Tsjetsjeense president Dzjochar Doedajev al minister van cultuur. Deze functie verliet hij aan het begin van de Eerste Tsjetsjeense Oorlog om in de oorlog te kunnen deelnemen.

Na de Eerste Tsjetsjeense oorlog en de de facto onafhankelijkheid van Itsjkerië, werd Zakajev in 1997 minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet van president Aslan Maschadov, die de presidentsverkiezingen van dat jaar won. Zakajev continueerde zijn cultuurministerschap en was vice-premier.

Toen hij in 2000 tijdens de Tweede Tsjetsjeense Oorlog gewond raakte als gevolg van een auto-ongeval, verliet Zakajev Tsjetsjenië en werkte als vertegenwoordiger voor Aslan Maschadov in West-Europa. Hij bleef de functie van minister van Buitenlandse Zaken als gezant van de regering vervullen. Zakajev vervulde deze functie ook vanaf 2006, toen president Abdoel-Chalim Sadoelajev hem aanstelde.

In ballingschap

Sinds 2002 woont Zakajev in ballingschap in Londen. In dat jaar organiseerde hij het World Chechen Congress in Kopenhagen, Denemarken. Tijdens deze bijeenkomst probeerde Rusland hem door Denemarken uitgeleverd te krijgen. Rusland beschuldigde hem van het plannen van de aanslagen in het Moskous theater en andere misdaden tijdens de Tsjetsjeense oorlogen. Deze beschuldigingen heeft Achmed Zakajev altijd ontkend.

De Deense autoriteiten arresteerden hem op 30 oktober 2002, maar na vijf weken werd hij vrijgelaten en keerde terug naar Londen. Bij zijn aankomst aldaar op 7 december 2002 werd hij door de Britse politie gearresteerd. Hij vroeg vervolgens asiel aan in Groot-Brittannië en kreeg dat ook. De Engelse actrice Vanessa Redgrave kwam regelmatig voor Zakajev op.

Zakajev had veelvuldig contact met verschillende Russische dissidenten, die de wandaden van Poetin aan de kaak stelden, waaronder Anna Politkovskaja en Aleksandr Litvinenko. De vader van Litvinenko gaf verschillende interviews samen met Zakajev.

In 2007 nam Zakajev ontslag als minister van Buitenlandse Zaken uit onenigheid met de radicaal-islamitische koers van de nieuwe separatistisch-Tsjetsjeense leider Dokka Oemarov, die de door de Russen gedode Sadoelajev opvolgde. Oemarov riep in oktober 2007 het Kaukasisch Emiraat uit en hief daarmee Itsjkerië feitelijk op. Zakajev riep zichzelf uit tot premier van Itsjkerië en bleef in ballingschap.

Volgens Zakajev zouden veel Russen van mening zijn dat de Russische regering van Poetin onderworpen is aan het Tsjetsjenië onder leiding van Ramzan Kadyrov en niet andersom. In een interview aan het Russische zakenblad Kommersant uit 2009 gaf Zakajev aan dit zelf ook te vinden. Volgens hem zou Rusland zelfs "zonder twijfel" en "in alle aspecten" aan Tsjetsjenië zijn onderworpen.[1][2]