Aaltje Boot

Aaltje Boot
Volledige naam Aaltje Boot
Geboren 17 augustus 1921, Pieterburen
Overleden 30 januari 2022, Zuidwolde
Geboorteland Nederland
Ook bekend als Ineke
Periode Tweede Wereldoorlog
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Aaltje Stavast-Boot (Pieterburen, 17 augustus 1921Zuidwolde, 30 januari 2022) was een Nederlandse secretaresse en verzetsstrijdster tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze behoort daarnaast tot de groep mensen, die meer dan honderd jaar oud zijn geworden.[1]

Levensloop

Jeugd

Boot werd op 17 augustus 1921 geboren in het dorp Pieterburen als dochter van Wiebe Boot (1889) en Grietje Hoeksema (1888). Haar vader was postbode van beroep en lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP).[2][3]

Boot kon goed leren en had talent voor exacte vakken, zoals wiskunde en natuurkunde. Ze deed in 1939 eindexamen aan de hogereburgerschool (HBS) in Warffum waarbij ze de beste resultaten van haar klas haalde. Toch koos ze hierna voor een opleiding tot secretaresse in plaats van een universitaire opleiding, omdat dit beter paste bij het arbeidersmilieu waaruit ze kwam. Nadat ze haar opleiding had afgerond, vond ze werk in Groningen als secretaresse bij de Joodse limonadefabrikant Polak, uitvinder van Ranja-limonade.[3][4]

Oorlog en verzet

Toen Boot tijdens de Tweede Wereldoorlog hoorde dat de fabriek waar ze werkte in Duitse handen zou komen, weigerde ze daar nog langer te werken. Ze had zich voorgenomen om nooit voor de Duitsers te werken nadat een vriend van haar door de bezetters was doodgeschoten. Omdat men haar wilde dwingen om in de fabriek te blijven werken, dook ze met hulp van haar voormalige lerares Engels met wie ze vaak over het verzet sprak, onder in Friesland. Dankzij het gezin dat haar in Sneek onderdak bood kwam ze in contact met verzetsmensen zoals Jaap Gootjes uit Baflo.[5][6]

Boot gaf aan dat ze zich als koerierster in wilde zetten voor het verzet. Jacobus Boomsma (1910-1944) was op dat moment leider van de lokale afdeling van de Landelijke Hulp aan Onderduikers (LO). Boomsma vroeg Boot om een goede fles wijn op te halen bij een drankhandelaar en erbij te zeggen dat het voor “de goede zaak” was. De wijnhandelaar zat in het complot en ging in eerste instantie niet in op haar verzoek. Boot liet zich echter niet afschrikken en kreeg de fles uiteindelijk mee. Daarmee was zij voor Boomsma's test geslaagd en maakte ze voortaan deel uit van dezelfde verzetsgroep als koeriersters Coby de Jong en Anna (Annie) Hiemstra (1921-2015).[5][7]

Boot opereerde in de regio Gaasterland als fietskoerierster onder de schuilnaam Ineke Bakker met het beroep van reizend lerares als dekmantel. Op haar fiets doorkruiste ze door weer en wind van 1943 tot en met de bevrijding in april 1945 keer op keer de provincie Friesland. Ze kwam regelmatig op de boerderij van de familie Bouma in Scharnegoutum dat dienst deed als LO-centrale. Ze zag er jonger uit dan ze was, waardoor ze niet opviel. Ze vervoerde bonkaarten, illegale krantjes, vervalste identiteitspapieren en gecodeerde berichten in gesloten giro-enveloppen. Haar kleding stond bol van de verborgen materialen waardoor de Duitse bezetters, die ze tegenkwam, dachten dat ze zwanger was. Over de gevaren dacht ze niet na. Gepakt werd ze nooit. En ze maakte er volgens haar eigen zeggen vrienden voor het leven.[5][6]

Het verzet in Sneek schakelde haar ook in om ter plekke poolshoogte te nemen toen Boomsma op 6 november 1944 door de bezetters werd doodgeschoten. Een keer fietste ze zelfs meer dan 150 kilometer van Sneek naar Enschede om ouders van een gefusilleerd lid van een knokploeg (KP) te informeren over het overlijden van hun zoon.[6][8][7]

In het verzet leerde Boot KP-lid en LO-rayonleider Gerben Ypma (1920-1944), alias Klaas, kennen. In de zomer van 1944 verloofde ze zich met Ypma. Ze vierden de verloving met gebak en wijn in de berm langs de weg van Sneek naar Bolsward samen met enkele vrienden, waaronder verzetsman Sjerp Praamsma en koerierster Hiemstra. Hun geluk was van zeer korte duur. Slechts twee weken later werd Ypma op 16 augustus 1944 op zijn onderduikadres in Koudum doodgeschoten door de Duitsers. Het was een dramatische gebeurtenis in het leven van Boot waar ze later zelden over sprak.[6][3][9]

Niet veel later ontmoette Boot Pieter Jan Stavast (1920-1988), schuilnaam Dirk-Jan Zwiers. Stavast nam op 8 december 1944 deel aan de overval op gevangenis De Blokhuispoort in Leeuwarden waarbij 51 verzetsmensen uit handen van de Duitse Sicherheitsdienst (SD) werden bevrijd. Hij werd in de oorlog opgepakt, gemarteld en gevangen gehouden in Groningen en Utrecht, maar wist uiteindelijk te ontsnappen.[5][6]

Na de oorlog

Op 22 maart 1946 trouwde Boot op 24-jarige leeftijd in Sneek met de 25-jarige Stavast. Het echtpaar verhuisde naar Den Haag waar Stavast werkte bij het ministerie van Binnenlandse Zaken als marechaussee. In de loop van de tijd werden twee dochters en twee zonen geboren.[10][6]

Boot werkte na de oorlog in eerste instantie bij de Boekencentrale. Later ging ze aan de slag als fractie-assistente voor de politieke partij Democratische Socialisten '70 (DS’70) van Wim Drees jr. Volgens haar zoon Wiebe vond Boot het geweldig om nauw samen te werken met Drees jr.[11]

De verzetswereld bleef ook na de oorlog aanwezig in huize Boot, ondanks dat er zelden over gesproken werd. Het echtpaar kocht een vakantiehuis in Vledder waar vaak mensen uit het verzet langskwamen. Boot gebruikte tijdens die bezoeken de naam Ineke, wat een geuzennaam voor haar was geworden.[6]

Boot zette zich tot op hoge leeftijd in voor de Stichting Sneek 1940-1945. De stichting ondersteunde (financieel) weduwen en wezen van omgekomen verzetsmensen. Vanaf 1946 bood de stichting vakanties aan op Ameland. Boot bezocht de nabestaanden en ontmoette weduwen tijdens de Damesvakantieweken, die de stichting organiseerde. Omdat ze had samengewerkt met veel van de omgekomen mannen was volgens oud-voorzitter van de stichting Pieter Boomsma haar inbreng daarbij zeer waardevol. Ze was ver in de negentig toen ze nog slachtoffers van de oorlog thuis bezocht.[11][3]

Na het pensioen van Stavast, verhuisde het gezin naar Drenthe. Ze woonden eerst in Vledder en daarna in Diever, waar Stavast op 6 september 1988 overleed. In 1994 vond een herdenking van de overval op De Blokhuispoort in Leeuwarden plaats, waar Boot een krans legde bij de gedenkplaat op de buitenmuur van de voormalige gevangenis.[1][12][13]

In Drenthe was Boot actief in onder andere de kerk, een boekenclub en de eerder genoemde stichting Sneek 1940-1945. Tot haar 90ste bleef ze fit en liep ze zelfs nog etappes van het Drenthepad en Pieterpad. Ze bleef zich verbonden voelen met Friesland, ondanks dat ze er slechts een paar jaar had gewoond. De kameraadschap en saamhorigheid, die ze er in de oorlogstijd had ervaren, bleven haar altijd bij. Graag zong ze samen met een van haar kleindochters het Friese volkslied.[6][11][3]

Toen ze in de negentig was kreeg Boot dementie en ging ze beetje bij beetje achteruit. In die tijd begon ze over de oorlog te vertellen. Tot 2018 woonde ze zelfstandig in een appartement in Assen, dat ze op haar 97ste vanwege haar leeftijd en dementie verruilde voor het verpleeghuis Tonckenshuys in Zuidwolde. Toen ze in 2021 corona kreeg, verslechterde haar gezondheid snel. In augustus 2021 vierde ze haar honderdste verjaardag met een deel van haar kinderen, zeven kleinkinderen, zeven achterkleinkinderen en de burgemeester van Zuidwolde. Vijf maanden later, op 30 januari 2022, overleed ze in het Tonckenshuys.[1][6][11][4]

In april 2024 werd in het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek het boek "Vrouwen van het Friese verzet - Gevecht op vele fronten" van Hessel de Walle gepresenteerd. In het boek beschrijft de auteur de levens van 32 verzetsvrouwen, waaronder dat van Boot.[14][4]