26e Pantserdivisie (Wehrmacht)

26e Pantserdivisie
Insigne 26e Pantserdivisie
Insigne 26e Pantserdivisie
Oprichting 14 september 1942
Ontbinding 2 mei 1945
Land Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Krijgsmacht­onderdeel Wehrmacht
Organisatie Heer
Specialisatie Pantsertroepen
Veldslagen Tweede Wereldoorlog
Operatie Avalanche
Verdediging Volturno/Sangro
Operatie Shingle
Gothenstellung
Voorjaarsoffensief Italië
Commandanten zie commandanten

De Duitse 26e Pantserdivisie (Duits: 26. Panzer-Division) was een Duitse pantserdivisie in de Tweede Wereldoorlog. Deze divisie werd – na een eerste periode in Frankrijk – uitsluitend ingezet op het Italiaanse strijdtoneel en was aanwezig en speelde een belangrijke rol in vrijwel alle gevechten in Italië tot het eind van de oorlog. Inzetgebieden waren Salerno, Cassino, Anzio, Orsogna, Frosinone, Lucca, Marino, Rimini, Cesena, Ravenna en Bologna. De divisie werd eind april 1945 grotendeels vernietigd zuidelijk van de Po in het Geallieerde Lenteoffensief. Resten gaven zich kort daarna over in Noord-Italië.

Oprichting

De 26e Pantserdivisie werd opgericht op 14 september 1942 opgericht in de omgeving van Amiens in Noord-Frankrijk door de Oberbefehlshaber West. De eenheid nam grote delen over van de 23e Infanteriedivisie, die van het oostfront was teruggetrokken. Naast veteranen van het Oostfront bestond de divisie voornamelijk uit rekruten van de jaargang 1923.

Training en bezettingstaken

Van oktober 1942 tot april 1943 werd de eenheid beschouwd als in oprichting bij het 15e Leger van Heeresgruppe D en bleef in België (hoofdkwartier lag in Elverdinge) en later Noord-Frankrijk. Van mei tot juli 1943 bleef de divisie in Noord-Frankrijk als bezettingsmacht en als reserve van Heeresgruppe D. De plaatsing in dit gebied was bedoeld om het 15e Leger te voorzien van een snelle en mobiele kustbeschermingseenheid

Inzet in Italië

Eerste opgaven

In juli 1943, met het oog op de landing van geallieerde troepen op Sicilië, werd de divisie per spoor van Frankrijk overgebracht naar Zuid-Italië naar het 76e Pantserkorps bij de Oberbefehlshabers Süd. Aangezien I./Panzerregiment 26 op dat moment op het oefenterrein Mailly-le-Camp was om vertrouwd te raken met nieuwe tanks (Panthers), ging deze nog niet mee. Ook I./Panzer-Artillerie-Abteilung 26 was op dat moment ook niet operationeel, omdat deze in Duitsland werd uitgerust met zelfrijdende kanonnen.

De divisie werd met het merendeel van haar eenheden gestationeerd in Calabrië aan de Golf van Tarente. Daar en bij de Straat van Messina beveiligde de eenheid het Italiaanse vasteland tegen de oversteek van grote geallieerde eenheden uit Sicilië. Een gemengde eenheid, Kampfgruppe Büsing, bleef als reserve van Oberbefehlshabers Süd aan het Meer van Bolsena, ten noorden van Rome. Op 8 september, na de aankondiging van de Italiaanse wapenstilstand met de geallieerden, werd deze Kampfgruppe ingezet als onderdeel van de ontwapening en gevangenneming van Italiaanse troepen.

Salerno

Op 9 september 1943 vond de geallieerde Operatie Avalanche plaats, gericht op het innemen van de haven van Napels. De divisie was nog steeds op mars, maar werd meteen ingezet in een Duitse tegenaanval van 12 tot 13 september tegen het Amerikaanse landingshoofd bij Salerno, en tijdelijk heroverden de divisies van het 10e Leger heuvel 424. Hierin ondersteunde de divisie de 29e Pantsergrenadierdivisie. De geallieerde marine-eenheden voor de kust konden de geallieerde troepen ondersteunen met zware marine-artillerie en voorkwamen een Duitse opmars naar de kust na 14 september. Gezien de geallieerde superioriteit trok de eenheid zich vanaf 18 september samen met de andere eenheden terug naar de positie in de Apennijnen. Hier was de divisie ingezet ten westen en oosten van Isernia. In november en december 1943 was de divisie samen met het 76e Pantserkorps betrokken bij de zware verdedigingsgevechten in de sectoren Volturno en Sangro.

Anzio

Een PzKw IV van de divisie in actie bij het Anziobruggenhoofd

Toen Anglo-Amerikaanse troepen op 22 januari 1944 in Operatie Shingle landden bij Anzio en Nettuno, was de divisie onder bevel van het 76e Pantserkorps. Recentelijk meer ingezet aan het noordoostelijke front, werd de divisie naar het westen verplaatst om te vechten tegen de Amerikaanse troepen in het landingsgebied. De verdedigingsgevechten in het Anzio-Nettuno-gebied sleepten zich voort tot april 1944. In februari werd de divisie ingezet voor tegenaanvallen bij het geallieerde bruggenhoofd en vocht hier bij Cisterna. In maart en april werd de verzwakte divisie opgefrist in het gebied Valmontone/Velletri, nabij het front, maar de eenheid werd voortdurend stand-by gehouden als interventiereserve. Na een inzet in mei 1944 in de "Senger Linie" nabij Cassino, werd de divisie uiteindelijk volledig teruggetrokken en in de reserve van het 14e Leger geplaatst.

Heinrich-Linie

Nadat de geallieerde eind mei weer in het offensief waren gegaan, had de eenheid zich teruggetrokken medio juni ten noorden van Rome en werd ten westen van Florence aan de Arno ingezet met het 1e Parachutistenkorps in de Heinrich-linie. Op 11 juni 1944 werd de Grenadier Brigade (mot.) 1027 bij de divisie ingevoegd om deze te versterken.

Door de aanval op de Heinrich-linie en vervolgens op de Gotenstellung werd de divisie gedwongen de posities aan de Arno vanaf 25 augustus op te geven. Na de doorbraak van de geallieerde troepen door het front van het 10e Leger aan de oostelijke flank van het Italiaanse oorlogsgebied, verplaatste de divisie zich naar de Befehlshaber Venetianisches Küstenland, die verantwoordelijk was voor de Adriatische sector. De verdere terugtocht leidde de divisie naar de Rubicon in het gebied ten noordoosten van Savignano sul Rubicone. Daarna werd een verdedigingspositie ingenomen in de "Ronco-sector".

Op 28 november 1944 werd de 20e Luftwaffen-Sturmdivisie ontbonden en werd de infanterie van de twee Jäger-regimenten opgenomen in de 26e Pantserdivisie, waardoor de eenheid met deze troepen werd versterkt.

De volgende verdedigingslinie werd gevormd door de divisie in het Forlì-gebied nabij Faenza.

Eindstrijd

Halverwege december 1944 vond een verdere terugtocht naar het noorden tot achter de Senio plaats. Begin 1945 kreeg de divisie voor de laatste keer een verfrissing in het gebied rond Bologna. Panzerjäger-Abteilung 51 (uitgerust met 7,5 cm Pak 40 en ongeveer 10 Jagdpanzer 38(t)) werd toegevoegd. Het I./Panzerregiment 26 werd uitgewisseld tegen I./Panzerregiment 4, dat vervolgesn weer omgedoopt werd tot I./PzReg 26. Ook nieuwe halfrupsvoertuigen voor de pantsergrenadiers werden ontvangen.

Begin april 1945 vocht de divisie in het gebied rond Bologna tijdens het geallieerde lenteoffensief in Italië (Operatie Grapeshot). Tijdens de geallieerde aanval was de eenheid van 9 tot 15 april verwikkeld in een defensieve strijd tussen de sectoren Senio en Sillaro. In de periode van 16 tot 19 april werd de divisie toegewezen aan het 76e Pantserkorps, waarmee zij opnieuw ten noorden van Bologna werd ingezet. De laatste veldslagen van de divisie vonden plaats ten zuiden van de Po in het gebied rond Ferrara tot 24 april 1945. Daar werden de resterende tanks bij Burana vernietigd door gebrek aan overzetmogelijkheden. Slechts restanten van de divisie konden over de Po ontsnappen. Vervolgens ging het naar het noorden, via Vicenza en Bassano del Grappa naar Trente.

Einde

De 26e Pantserdivisie capituleerde op 2 mei 1945 bij Mezzolombardo, zuidelijk van Bolzano aan de geallieerde troepen.

Slagorde

  • Panzerregiment 26
  • Panzer-Grenadier-Brigade 26 (tot eind november 1942)
    • Panzer-Grenadier-Regiment 9
    • Panzer-Grenadier-Regiment 67
  • Panzer-Artillerie-Regiment 93
  • Kradschützen-Bataillon 26
  • Panzer-Aufklärungs-Abteilung 26
  • Heeres-Flak-Artillerie-Abteilung 304
  • Panzerjäger-Abteilung 93 (tot 23 juli 1943)
  • Panzerjäger-Abteilung 51 (vanaf begin 1945)
  • Panzer-Pionier-Bataillon 93
  • Panzer-Nachrichten-Abteilung 93
  • Panzer-Divisions-Nachschubtruppen 93

Tanksterkte

De tanksterkte van Panzerregiment 26 naar datum geeft een goed beeld van startsterktes bij offensieven, verliezen en aanvullingen over de jaren.

Datum Flamm
panzer
PzKw III
(75)
PzKw IV
(kort)
PzKw IV
(lang)
Panther StuG PzBefw Totaal
20 augustus 1943 14 16 17 36 - - 9 92
21 januari 1944 11 12 11 80 - 14 - 128
15 maart 1945 - - - 84 (63) 26 (22) 8 (7) - 118 (92)

Details over de in de tabel genoemde tank-types:

Als twee getallen genoemd worden, betekent dit: aanwezig (inzetbaar), bijvoorbeeld 61 (20).

De volgende tabel geeft het aantal inzetbare tanks aan in Panzerregiment 26 van 10 augustus 1943 t/m 1 februari 1944:

Datum 10-820-831-920-930-910-1031-1010-1120-1130-1110-1220-1221-11-2
Aantal 9292103106106979373757560308620

Bovenliggende bevelslagen

Legerkorps Leger Legergroep Plaats/regio Begin Eind
in oprichting15. ArmeeHeeresgruppe DBelgië, Noord-Frankrijk25 september 1941april 1943
direct onder bevelHeeresgruppe DNoord-Frankrijkmei 1943medio juli 1943
76e PantserkorpsOB SüdCalabrië6 augustus 194315 augustus 1943
76e Pantserkorps10. ArmeeOB SüdSalerno, Volturno15 augustus 194326 november 1943
76e Pantserkorps10. ArmeeHeeresgruppe CSangro26 november 194329 januari 1944
76e Pantserkorps14. ArmeeHeeresgruppe CAnzio, Nettuno30 januari 1944maart 1944
direct onder bevel14. ArmeeHeeresgruppe CAnzio, Nettunoapril 1944mei 1944
??10. ArmeeHeeresgruppe CRomemedio mei 1944juni 1944
1e Parachutistenkorps14. ArmeeHeeresgruppe CArno9 juni 1944
14e Pantserkorps14. ArmeeHeeresgruppe CArnojuli 1944begin september 1944
??10. ArmeeHeeresgruppe CRimini, Faenza, Valli di Comacchioseptember 1944
76e Pantserkorps10. ArmeeHeeresgruppe CValli di Comacchiomaart 1945
1e Parachutistenkorps10. ArmeeHeeresgruppe CValli di Comacchio, Poapril 1945

Commandanten

Enkele van de commandanten

Rang Naam Begin Eind
Generalmajor
vanaf 1 oktober 1943 Generalleutnant
Smilo Freiherr von Lüttwitz 14 september 1942 21 januari 1944
Oberst Hans Hecker 22 januari 1944 11 april 1944
Oberst Dr.jur. Dr.rer.pol. Hans Boelsen 11 april 1944 7 mei 1944
Generalleutnant Smilo Freiherr von Lüttwitz 8 mei 1944 6 juli 1944
Oberst Eduard Crasemann 6 juli 1944 18 juli 1944
Generalmajor Dr.jur. Dr.rer.pol. Hans Boelsen 19 juli 1944 26 augustus 1944
Oberst
vanaf 1 oktober 1944 Generalmajor
Eduard Crasemann 27 augustus 1944 14 januari 1945
Oberst Karl Stollbrock 14 januari 1945 28 januari 1945
Oberst Alfred Kuhnert 29 januari 1945 28 februari 1945
Generalmajor
vanaf 1 april 1945 Generalleutnant
Viktor Linnarz 1 maart 1945 2 mei 1945

Oberst Hecker, Oberst/Generalmajor Boelsen, Oberst Crasemann, Oberst Stollbrock en Oberst Kuhnert waren allen m.d.F.b. (mit der Führung beauftragt = betekent, dat deze commandant tijdelijk het bevel voert).