22e Pantserdivisie (Wehrmacht)

22e Pantserdivisie
Insigne 22e Pantserdivisie
Insigne 22e Pantserdivisie
Oprichting 25 september 1941
Ontbinding 5 maart 1943
Land Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Krijgsmacht­onderdeel Wehrmacht
Organisatie Heer
Specialisatie Pantsertroepen
Veldslagen Tweede Wereldoorlog
Operatie Trappenjagd
Operatie Wilhelm
Operatie Fridericus II
Fall Blau
Commandanten zie commandanten

De Duitse 22e Pantserdivisie (Duits: 22. Panzer-Division) was een Duitse pantserdivisie in de Tweede Wereldoorlog. Ze was de laatste Duitse pantserdivisie die werd uitgerust met Panzerkampfwagen 38(t), die bij de oprichting niet langer voldeed aan de actuele eisen voor pantserbescherming en bewapening in de meeste oorlogsgebieden. De divisie werd ingezet in de zuid-sector van het oostfront. Eerst op de Krim, daarna met de Duitse zomeroffensieven en vervolgens in de winter van 1942/43, tijdens en na de nasleep van de Duitse nederlaag bij Stalingrad. Na deze winter was van de divisie niets meer over en werd deze opgeheven.

Oprichting

De 22e Pantserdivisie werd opgericht op 25 september 1941 opgericht in de omgeving van Niort in Zuidwest-Frankrijk. In januari 1942 verhuisde de gehele divisie naar het oefenterrein Couëtquidan in Bretagne voor de laatste oefeningen.

Inzet

Een PzKw IV van de divisie in actie op schiereiland Kertsj

Eind december 1941 had de divisie het bevel gekregen om uiterlijk 1 maart 1942 inzetbaar te zijn. Maar al op 7 februari 1942 kwam het bevel om de divisie over te plaatsen naar de zuidelijke sector van het oostfront. De overplaatsing begon op 17 februari 1942 met een eerste gevechtsgroep, terwijl de rest van de divisie vanaf 1 maart volgde. De divisie reisde per spoor naar Odessa, vanwaar ze over land naar de Krim marcheerde. Hier werd de divisie geconfronteerd met het offensief van het Sovjet 51e Leger tegen het front van het 42e Legerkorps in het gebied ten oosten van Simferopol. Daarom werd de divisie, met al haar elementen zodra ze aan het front arriveerden, ingezet op de meest kritieke punten van de verdediging. Op 20 maart 1942 voerde I./Panzerregiment 204 een slecht voorbereide aanval uit in de mist. Een deel kwam in een mijnenveld en een ander deel werd getroffen door een tegenaanval van de Sovjet 55e Tankbrigade. De aanval werd afgebroken en deze Abteilung verloor in 3 uur tijd 40% van zijn tanks. Na deze gevechten kon de divisie op de Krim zijn training verder vervolgen. In mei 1942 nam de divisie deel aan de succesvolle Operatie Trappenjagd, waarmee de gehele Krim in Duitse handen kwam.

Eind mei 1942 werd de divisie van het front teruggetrokken en overgebracht naar de Donets, het verzamelgebied van het 3e Gemotoriseerde Korps (Wehrmacht) ten zuiden van Slovjansk. Begin juni marcheerde de divisie naar het gebied ten zuidoosten van Charkov om zich te verzamelen voor Operatie Wilhelm, waar ze zich aansloot bij de Gruppe Mackensen (het 3e Gemotoriseerde Korps plus elementen van het 6e Leger). Vanuit het gebied ten noorden van Tsjoegoejev rukte ze op 10 juni 1942 op, samen met de 14e Pantserdivisie, en bereikte in twee dagen het gebied ten noordoosten van Krasno Armeiskoje. Hier werd in de ochtend van 13 juni contact gemaakt met de linkerflank van het 6e Leger, dat ten oosten van Charkov oprukte en zo sterkere vijandelijke groepen omsingelde. Op 14 juni werden de beslissende hoogten rond Olchovatka, aan de Boerloek, veroverd. De volgende dag werd de divisie afgelost door de 297e Infanteriedivisie en vervolgens overgeplaatst naar het Balakleya-gebied. Op 20 juni 1942 begon Operatie Fridericus II voor de divisie. Ze viel vanuit het Balakleya-gebied aan in oost-noordoostelijke richting en veroverde na vijf dagen de sector aan de Oskol-rivier ten zuiden van Koepjansk.

Na ongeveer acht dagen rust rukte de divisie begin juli 1942 op, tijdens de eerste fase van het Duitse zomeroffensief (Fall Blau). Tegen het einde van de maand rukte de divisie op richting Rostov aan de Don en nam deel aan de verovering van deze stad.

In deze tijd droeg de divisie belangrijke onderdelen over aan andere eenheden, of werden eenheden van de divisie losgemaakt, waaronder het hoofdkwartier van Pantsergrenadierbrigade 22, het hoofdkwartier, de I. en II. Bataljons van Pantsergrenadierregiment 140 en het III. Bataljon/Panzerregiment 204. De detachementen vormden Kampfgruppe Michalik en werden niet vervangen, wat de operationele capaciteit van de divisie aanzienlijk verzwakte. Deze Kampfgruppe werd later omgevormd tot een separate pantserdivisie, de 27e Pantserdivisie.

Eind juli verzamelde de divisie zich in het gebied Novotsjerkassk. Vanaf 5 augustus marcheerde de divisie via Kamensk-Shakhtinsky de grote Donbocht in, ten noordwesten van Kalach-na-Donu, om zich aan te sluiten bij het 6e Leger. In de daaropvolgende weken vocht de divisie onder bevel van het 11e en 17e Legerkorps in de grote Donbocht, ten noorden van Perelassovsky tot ten zuiden van Kletskaja. De divisie dekte de noordelijke flank van het 6e Leger dat oprukte naar Stalingrad, ten noorden van Kalach. Medio september 1942 werd de divisie van het front teruggetrokken om achter de Donsector van het 29e Legerkorps / 8e Italiaanse Leger opgefrist te worden en diende bij Kantemirovka als reserve van het OKH. Door het Duitse offensief richting Stalingrad kwam de opfris van de divisie niet op gang; integendeel, er moesten verdere eenheden worden overgeplaatst naar de 27e Pantserdivisie en aan Panzerverband 700. Van het Pantserpioniersbataljon 127 bleef slechts één compagnie over.

Kort voor de start van het Sovjet tegenoffensief om het 6e Leger bij Stalingrad te omsingelen Operatie Uranus, werd de divisie op 10 november 1942 gealarmeerd en overgeplaatst naar het gebied oostelijk van Malakhov, tegenover het Sovjetbruggenhoofd Serafimovitsj/Kletskaja. De tanks hadden onder stro gestaan om ze tegen de vorst te beschermen, maar muizen hadden intussen de bedrading aangevreten en veel tanks konden niet bewegen. Daarnaast gingen op de mars ook nog verschillende tanks verloren. Meer dan de helft van de tanks van de divisie was buiten werking en er waren slechts zo’n 30 Panzer 38(t)’s bruikbaar. Zo arriveerde de divisie op 19 november, aan het begin van het Sovjet tegenoffensief, bij het verzamelgebied van het 48e Pantserkorps aan de noordoever van de Koertlak en werd ingezet (gebied Perelassovsky-Medvezhyi-Kalachev). Die dag kreeg de divisie het bevel om het gebied van Pechany te bereiken en te verdedigen. Op 20 november werd de divisie teruggedreven en de volgende dagen volgden gevechten bij Pechany. Daarna volgde een terugtocht achter de Tsjir bij Tsjernysjevskaja op 25 november. Na deze gevechten hield de divisie als volledige zelfstandige eenheid op te bestaan. Ze werd verdeeld in verschillende gevechtsgroepen en was ernstig verzwakt.

De restanten van de divisie werden naar het noorden gedraaid en ingezet op de westoever van de Tsjir. Nadat de restanten van de divisie bij Bol en Donsjtsjinskaja waren omsingeld, konden ze op 24 december uitbreken naar het zuiden, richting Morozvosk. Vanaf 2 januari 1943 marcheerden de restanten van de divisie grotendeels naar het zuidwesten, waar aan beide zijden van Bystry een nieuw verdedigingsfront werd gevormd. Medio januari 1943 vochten gevechtsgroepen van de divisie voornamelijk langs de spoorlijn van Morozovsk naar Tazinskaja en in de verdedigingssector ten zuiden daarvan. Begin februari 1943 werd de divisie ingezet rond Sverdlovsk en tot eind februari 1943 rond Krasnosleye-Seneshkoye.

Nadat Heeresgruppe Don op 9 februari 1943 al bevel had gegeven tot ontbinding van de divisie, zouden de restanten worden opgenomen in de 6e Pantserdivisie. Deze ontbinding werd echter op 1 maart ongeldig verklaard op bevel van het 48e Pantserkorps. Op dezelfde dag werden de bevoorradingstroepen opgenomen in de 79e Infanteriedivisie.

Einde

De restanten van de divisie werden bij Stalino op 5 maart 1943 direct ondergeschikt gemaakt aan het 17e Legerkorps en het hoofdkwartier werd opgeheven. Het commando werd door het korps opgedragen van aan Major Burgsthaler, de divisie werd ontbonden en ervoor in de plaats kwam Kampfgruppe Burgsthaler. Deze nieuwe eenheid werd zelf op 7 april 1943 opgenomen in de 23e Pantserdivisie.

Slagorde 1942

  • Panzerregiment 204
  • Schützen-Brigade 22
    • Schützen-Regiment 129
    • Schützen-Regiment 140
  • Artillerie-Regiment 140
  • Kradschützen-Bataillon 24
  • Panzer-Aufklärungs-Abteilung 22
  • Panzerjäger-Abteilung 140
  • Pionier-Bataillon 50
  • Nachrichten-Abteilung 140
  • Versorgungstruppen 140

Tanksterkte

De tanksterkte van Panzerregiment 204 naar datum geeft een goed beeld van startsterktes bij offensieven, verliezen en aanvullingen over de jaren.

Datum PzKw II PzKw 38(t) PzKw III
(lang)
PzKw III
(75)
PzKw IV
(kort)
PzKw IV
(lang)
Totaal
1 juli 1942 28 114 12 - 11 11 176
18 november 1942 2 5 12 10 1 10 40

Details over de in de tabel genoemde tank-types:

Bovenliggende bevelslagen

Legerkorps Leger Legergroep Plaats/regio Begin Eind
in oprichting7. ArmeeHeeresgruppe DNoord-Frankrijk25 september 1941
H.Kdo. z.b.V. LIX7. ArmeeHeeresgruppe DNoord-Frankrijkbegin januari 1942
H.Kdo. z.b.V. XXXI7. ArmeeHeeresgruppe DNoord-Frankrijkjanuari 194228 februari 1942
direct onder bevelHeeresgruppe SüdOekraïne1 maart 1942
direct onder bevel11. ArmeeHeeresgruppe SüdKrimapril 1942
30e Legerkorps11. ArmeeHeeresgruppe SüdKrimmei 1942
3e Gemotoriseerde Korps6. ArmeeHeeresgruppe SüdKoepjanskmei 1942
3e Pantserkorps1. PanzerarmeeHeeresgruppe SüdDon, Rostovjuni1942juli 1942
direct onder bevelHeeresgruppe BDon, Tsjiraugustus 1942
17e Legerkorps6. ArmeeHeeresgruppe BDon, Tsjirseptember 1942
48e PantserkorpsHollidtHeeresgruppe DonDon, Tsjirdecember 1942
17e LegerkorpsHollidtHeeresgruppe DonDon, Tsjirjanuari 1943februari 1943
48e PantserkorpsHollidtHeeresgruppe DonDonets, Mioesfebruari 1943
17e LegerkorpsHollidtHeeresgruppe DonDonets, Mioesfebruari 19435 maart 1943

Commandanten

Enkele van de commandanten

Rang Naam Begin Eind
Generalmajor Wilhelm von Apell 25 september 1941 7 oktober 1942
Oberst Hellmut von der Chevallerie 7 oktober 1942 1 november 1942
Oberst
vanaf 1 maart 1943 Generalmajor
Eberhard Rodt 1 november 1942 4 maart 1943