-voorde

Het achtervoegsel -voorde in Nederlandstalige toponiemen verwijst naar voorde (Middelnederlands: vort of vorda), wat in het algemeen een doorwaadbare plaats of begaanbare doorgang is. Verscheidene plaatsnamen in het Nederlandse taalgebied herinneren aan een oude voorde. Op enkele zeldzame uitzonderingen na treedt het toponiem steeds als suffix op.

Toponiemen met een gelijkaardige betekenis zijn drecht (in Friesland en soms in West-Friesland ook Dracht genoemd), trecht of tricht: zie -drecht.

Voorbeelden in Nederlandstalige plaatsnamen

Brussel-Hoofdstad
Limburg
Oost-Vlaanderen
Vlaams-Brabant
West-Vlaanderen
Drenthe
Friesland
Gelderland
Noord-Brabant
Noord-Holland
Utrecht
Zuid-Holland

Voorbeelden in andere talen

De naam komt ook in andere landen voor.

Zie ook